ONTWORMEN




WORMEN BIJ PAARDEN

Vrijwel alle paarden in Nederland zijn meer of minder besmet met inwendige parasieten. Maag-darmwormen zijn gevaarlijke inwendige parasieten die voor problemen kunnen zorgen. Geringe infecties leiden meestal niet tot problemen, zware infecties kunnen echter tot behoorlijke problemen leiden.
Ziekteverschijnselen die veroorzaakt kunnen worden door maag-darmwormen:

Slechte conditie en ruige vacht met (te) lang haar, trage verharing
Verminderde eetlust of vermeerderde eetlust
Koliek (heftige buikpijnen)
Bloedarmoede (geeft bleke slijmvliezen)
Diarree (te dunne ontlasting) of een afwisseling van diarree en verstopping
Gestoorde en vertraagde groei

Aangezien maag-darmwormen dus behoorlijke schade kunnen aanrichten, is een adequate wormbestrijding belangrijk!

 strongylus ei


WORMSOORTEN

Veulenworm (strongylus westeri)
Deze zijn in principe uitsluitend een probleem bij veulens aangezien paarden een natuurlijke immuniteit ontwikkelen rond 6 maanden. Larven worden aan het veulen doorgegeven via de moedermelk of dringen binnen via het mondslijmvlies of de huid. Het reduceren hiervan kan worden bereikt door de merrie tegen deze parasiet te behandelen, met name voor het bevallen. Veulens kunnen echter de larven ook krijgen door te weiden. De levenscyclus is slechts enkele weken, waardoor een zware wormlast al zeer snel kan ontstaan. De larve van de veulenworm wordt door de merrie met de melk uitgescheiden. Het veulen wordt op deze manier gemakkelijk besmet. Ook kan een larve via de huid binnendringen en vervolgens een trektocht door het lichaam maken. De met de melk opgenomen, besmettelijke larven, worden in het lichaam van het veulen snel volwassen. Zo kan een besmet veulen al tien dagen na de besmetting eitjes in de mest uitscheiden. Na vier dagen ontstaan uit deze eitjes de besmettelijke larven. Deze kunnen weer door de huid heendringen en het veulen herbesmetten. Zestig procent van de Nederlandse veulens zijn geïnfecteerd met de veulenworm. Besmette veulens hebben vaak diarree en koliek.

Grote Strongyliden
Grote strongyliden zijn twee tot vijf centimeter grote wormen en zeker geen lieverdjes. Strongylus vulgaris maakt een trektocht door het lichaam. De larve kruipt door de darmwand en komt in de wand van de bloedvaten terecht. Vooral in de wand van de darmslagader, maar ook in de andere slagaders kunnen de larven ernstige beschadigingen veroorzaken. Uiteindelijk kruipen de larven weer naar de darmen, worden daar volwassen en leggen eitjes die met de mest in de buitenwereld terecht komen. Besmette paarden hebben diarree en soms koliek. Ze worden mager en hebben een doffe vacht. De eetlust is verminderd en ze kunnen koorts hebben. Ook kreupelheid en verlammingen kunnen het gevolg zijn van de beschadigingen die de larven in de slagaders veroorzaakt hebben.


Kleine strongyliden
De larven van dit kleinere broertje worm kunnen na opname in het darmslijmvlies in een ruststadium overgaan. In deze “winterslaap” kunnen ze wel twee jaar aanwezig blijven. In de rustfase zijn de larven ongevoelig voor de meeste wormmiddelen. In de winter en het vroege voorjaar komen de larven massaal uit de darmwand. Larven van deze kleine strongyliden zie je in deze periodes als kleine rode wormpjes van ongeveer 0,5 cm groot. Bij een ernstige besmetting zijn de gevolgen voor het paard groot. Vermageren, diarree, koliek en soms een zwelling van de onderborst kunnen dan optreden. In ernstige gevallen kan een paard aan de besmetting bezwijken. Deze infectie, ook wel cyathostominose genaamd, is eigenlijk de belangrijkste besmetting van onze paarden. Allereerst kunnen de gevolgen van een besmetting zeer ernstig zijn en daarnaast vraagt de preventie een gedegen en goed georganiseerde aanpak. Op plaatsen waar meerdere paarden bij elkaar gehouden worden kan dit het best overlegd worden met de dierenarts. 


 Spoelworm (parascaris equorum)

Spoelwormen
Ziekte door spoelwormen komt eigenlijk alleen voor bij veulens en jaarlingen. Na opname van het ei ontstaat hieruit de larve, die een trektocht maakt door het lichaam, waaronder de lever en de longen.
In de longen worden de larven opgehoest en doorgeslikt, waarna zij in de darm terechtkomen en volwassen worden. De trektocht door de longen kan leiden tot ademhalingsverschijnselen als hoesten, versnelde ademhaling en neusuitvloeiing. De volwassen wormen in de dunne darm kunnen aanleiding geven tot vermagering, lusteloosheid en verlies van eetlust. Besmette veulens zijn vaak mager, hebben een ruw haarkleed en een dikke buik.


Longworm
Deze worm komt vooral voor bij ezels. De ezel heeft zelf zelden last van de besmetting. Worden paarden samen met ezels gehouden of geweid op land waar kort tevoren ezels hebben gelopen, kan het paard besmet worden. Een paard met een longworm besmetting heeft een hardnekkige, droge hoest en een verminderde eetlust. De longen zijn aangetast door de wormen, waardoor het paard dampig kan worden. 


 Oxyuris

Aarsworm
De aarsworm leeft in het achterste gedeelte van de darm van het paard. De wormen leggen eitjes rondom de anus. Wel achtduizend tot zestigduizend stuks. Dit veroorzaakt jeuk, waardoor het paard met zijn achterste tegen hekken en planken schuurt. De haren van de staart kunnen hierdoor afgebroken worden. 

 Lintworm


Lintworm
De lintworm leeft in de dunne en de blinde darm van het paard en kan enkele meters lang worden. Besmetting met deze worm kan koliek veroorzaken. Vaak zijn deze gevallen van koliek zeer ernstig. Bij besmetting met deze worm kunnen soms witte, platte wormen van ongeveer 3-4 cm lang in de ontlasting worden gezien. Behandeling tegen deze parasiet dient in overleg met uw dierenarts te gebeuren. 



 Maagworm

Paardenhorzel
De paardenhorzel is geen worm, maar wel een inwendige parasiet van het paard. Het is een vlieg (Gastrophilus spp.) die vanaf mei maar vooral tussen augustus en oktober voor onrust onder de paarden kan zorgen. De vlieg legt zijn eitjes op de vacht van het paard met name op de onderbenen. Door likken neemt het paard vanaf de benen eitjes op. De larven komen in de maag van het paard terecht. Ze blijven daar meer dan een half jaar aanwezig en worden dan met de mest mee naar buiten gebracht. Via een popstadium ontstaat weer een nieuwe vlieg. De larven van de paardenhorzel kunnen maagbeschadigingen en vermagering veroorzaken. De eetlust is verminderd en de besmette paarden gapen vaak. 


 

Receptplicht

Per 1 juli 2008 is de receptplicht ingevoerd voor wormmiddelen voor paarden. Deze receptplicht is ingesteld door de overheid o.a. om verdere resistentievorming tegen wormmiddelen in te dammen zodat ze ook op langere termijn nog bruikbaar zijn.
Dit houdt in dat deze middelen uitsluitend na het inleveren van een recept verkrijgbaar zijn. Het recept moet geschreven worden door een dierenarts die de patient, de eigenaar en dus de situatie waarin het paard gehouden wordt, kent. Wij kunnen u tevens een geschikt ontwormmiddel aan de balie verkopen.

Ontworming en mestonderzoek

Een juiste ontwormingsstrategie (op welk moment welk middel te gebruiken) is afhankelijk van onder andere de leeftijd van de paarden, het seizoen, de huisvesting en samenstelling van de koppel. Wij bieden bij ons advies een zeer voordelig mestonderzoek aan, waarvan de uitslag bovendien zeer snel bekend is. Een goed geplande ontworming op basis van een deskundig advies hoeft niet te betekenen dat het duurder wordt. Met behulp van
een gericht advies wordt er wel beter en verstandiger met wormmiddelen omgegaan en het risico op resistentie wordt op deze manier verminderd.

Een geringe wormbesmetting leidt bijna nooit tot problemen en dan is ontwormen niet altijd nodig. Bij zwaardere infecties wordt de gezondheid van het paard wel aangetast en deze kunnen bijvoorbeeld leiden tot groeiachterstand, vermageren, diarree, koliek, bloedarmoede of prestatievermindering. Met name bij jonge paarden is een goede wormbestrijding belangrijk.


Door middel van een aantal eenvoudige maatregelen is het mogelijk om een worminfectie onder controle te houden.
• Niet te veel paarden in een kleine weide
• De weide regelmatig maaien
• De mest 2 keer per week uit de weide halen
• Boxen goed schoon houden (extra belangrijk bij veulens)
• Paarden die nieuw zijn op het bedrijf ontwormen voor ze bij andere paarden komen

Als het door middel van bovengenoemde maatregelen lukt om de worminfectie bij uw paard laag te houden, kunt u volstaan met minder frequent ontwormen. Het is daarbij wel belangrijk om regelmatig mest- of bloedonderzoek uit te voeren om de situatie goed in de gaten te houden.

Bij een goed gebruik van ontwormingsmiddelen horen de volgende punten:
• Let op de juiste dosering (verschil in aantal kg paard per injector)
• Alle paarden op het bedrijf zoveel mogelijk tegelijk ontwormen (met hetzelfde middel)
• Paarden die nieuw zijn op het bedrijf ontwormen voor ze bij andere paarden komen



Wij bieden diverse verantwoorde, voordelige en vrijblijvende mogelijkheden om uw paarden, pony’s en ezels met het juiste advies en product te ontwormen. U kunt ons bellen om deze mogelijkheden te bespreken of klik hier voor de
parasietenwijzer.
De gemakkelijkste manier is het ontwormen aan te kaarten wanneer we toch al bij u komen voor bijvoorbeeld het inenten.