Cyclus en hengstigheid bij de merrie

De merrie is een dier waarvan de vruchtbaarheid sterk afhankelijk is van het seizoen. Evenals het schaap (vruchtbaar bij het korten van de dagen) is een paard een 'season breeder'.
Het natuurlijk dekseizoen van het paard loopt van mei tot oktober. Tegenwoordig probeert men het dekseizoen steeds vroeger te laten beginnen om een zo vroeg mogelijk veulen te krijgen. De eerste dekkingen beginnen tegenwoordig al zo vanaf half februari. Deze dekkingen hebben wel minder kans van slagen, want de merries zijn dan vaak minder vruchtbaar gezien het natuurlijke dekseizoen dan nog niet is begonnen.
De cyclus bij het paard is ongeveer 21 dagen. Zodra de cyclus bij de merrie regelmatig is kan met dekken of insemineren worden begonnen. Het beste tijdstip daarvoor is zo'n 1-2 dagen vóór het eind van de hengstigheid, omdat de eisprong (ovulatie) rond die tijd plaatsvindt. Het meest ideale is een inseminatie iets na de ovulatie. De hengstigheid duurt ongeveer zo'n 5-7 dagen. Bij oudere merries of merries waarbij het geboorteproces abnormaal is verlopen, kan men het beste de veulenhengstigheid (= eerste hengstigheid op ongeveer 7-12 dagen na het veulenen) overslaan.
De dracht duurt 11 maanden.

Henstigheid

Henstigheid bij de merrie kan gecontroleerd worden door de merrie te 'schouwen'. De merrie wordt in de buurt van de hengst gebracht, waarbij ze gescheiden zijn door bijvoorbeeld de boxdeur. Laat beiden aan elkaar snuffelen en neem er vooral voldoende tijd voor. Als de merrie niet hengstig is zal ze 'afslaan': ze tolereert de hengst niet in haar buurt en slaat soms zelfs met de achterbenen. Denk daarbij aan uw eigen veiligheid!
Is de merrie wel hengstig, dan zal ze een aantal hengstigheidsverschijnselen vertonen.

Deze hengstigheidsverschijnslenkunnen bestaan uit:
- Grote interesse voor de hengst
- Knipperen met de vulvalippen, ook wel “blitsen” genoemd.
- Staart opzij houden
- Door de achterbenen zakken en troebele urine laten lopen.

Merries kunnen zeer verschillend zijn wat betreft het vertonen van de henstigheidsverschijnslen; De ene merrie laat het gedrag veel duidelijker zien dan de andere. Merries met een veulen laten de hengstigheid nog wel eens slecht zien.
Aanvullend gynaecologisch onderzoek door de dierenarts kan dus noodzakelijk zijn om het exacte tijdstip van dekken of insemineren te bepalen. Dat gebeurt m.b.v. echografie.

Echografie
 
Met behulp van een echo-apparaat kunnen wij de baarmoeder en de eierstokken van de merrie bekijken. Aan de hand van de echobeelden kunnen we bepalen of een merrie drachtig is, ook kunnen we aan de hand van de eierstokken en het beeld van de baarmoeder bepalen in welk deel van de cyclus de merrie zich bevindt. Door de merrie een aantal dagen te vervolgen kan zo het meest optimale inseminatie- of dekmoment bepaald worden.



Dekken of insemineren

In de natuur wordt de merrie gedurende een periode van hengstigheid meerdere malen door de hengst gedekt: de kans dat zo op het goede moment wordt gedekt is natuurlijk groot. Tegenwoordig wordt een merrie echter meestal drachtig dankzij kunstmatige inseminatie. dat heeft niet alleen hygiënische voordelen, maar ook kunnen op deze manier van één sprong van de hengst meerdere merries worden 'gedekt'. Een nadeel van KI is dat het sperma ondanks alle behandelingen die het ondergaat, minder lang leeft dan bij natuurlijke dekking en dat een zeer nauwkeurige eisprongcontrole daarom bij deze manier van bevruchten noodzaak.