Heupdysplasie

Heupdysplasie (HD) is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichten, die daarvan geen last lijken te hebben. De beoordeling van het bewegen van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen door het maken van röntgenfoto's van de heupgewrichten.

De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's, kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met Raad van Beheer heeft gesloten, worden gemaakt. Op onze praktijk is dit Drs. H. van Lom.

Volgens de regels van het overkoepelende internationale orgaan van de organisaties op kynologisch gebied, de Fédération Cynologique Internationale (FCI), dient de hond voor het laten maken van HD-foto's minimaal 12 maanden oud te zijn. De minimum leeftijd van 18 maanden geldt voor de grote rassen, onder andere voor de Bordeaux Dog, Bullmastiff, Duitse Dog, Leonberger, Newfoundlander en de Sint Bernhard.

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Bij de beoordeling worden hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de identificatie van deze röntgenfoto.

Nadat de HD-foto’s zijn opgestuurd naar de Raad van Beheer, worden de röntgenfoto’s beoordeeld door drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. Röntgenfoto's die bij de Raad van Beheer binnenkomen worden in de daaropvolgende week behandeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden naar de dierenarts.

Op het Rapport-Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling. Er zijn verschillende aanduidingen;

- HD A betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

- HD B (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen direkte betekenis kan worden toegekend.

- HD C (=licht positief) of HD D (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden.

- HD E (=positief in optima forma) is wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn.

De beoordeling is een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken. Bij de beoordeling van HD-foto’s wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft.
Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen. Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een lichtpositieve uitslag op grond van een slechte aansluiting terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld.

Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto niet voorspeld worden of ze vroeger of later problemen kunnen krijgen. Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent dat niet dat de hond er beslist last van moet krijgen. Het is dan wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is.



Rontgenfoto sterk afwijkende heupen


Elleboog dysplasie

Elleboogdysplasie-onderzoek richt zich op 4 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht, die echter alle op den duur tot vervorming van het gewricht en kreupelheid kunnen leiden. Sommige honden kunnen hiervan op jonge leeftijd al ernstige problemen ondervinden. Bij andere zullen pas op latere leeftijd de ernstige misvormingen in het gewricht aanleiding zijn tot kreupelheid. Het onderzoek is gebaseerd op röntgenfoto's van de ellebogen. Omdat de oorzakelijke redenen per ras kunnen verschillen, zal ook het aantal vereiste röntgenopnamen per ras verschillend kunnen zijn. De röntgenfoto's, de zogenaamde ED-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met de Raad van Beheer heeft gesloten, worden gemaakt.

Nadat de ED-foto’s zijn opgestuurd naar de Raad van Beheer, worden de röntgenfoto’s beoordeeld door drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de ED-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. Röntgenfoto's die bij de Raad van Beheer binnenkomen worden eens in de 2 weken beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden naar de dierenarts.

Voor een goede beoordeling van de ellebooggewrichten op artrose zijn twee foto's van de hond van beide ellebogen nodig. Voor een diagnose onderzoek moeten foto's gemaakt worden in vier richtingen. Voor beide onderzoeken moet de hond achttien maanden oud zijn. Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de identificatie van deze röntgenfoto's.
Het ED-panel zal haar eindoordeel t.a.v. de elleboogkwaliteit beschrijven als een van de volgende classificaties: Vrij, Grensgeval, Graad 1, Graad 2 of Graad 3. In die gevallen waarin ras- of projectspecifieke bepalingen van toepassing zijn, zal het panel zo mogelijk ook een uitspraak doen over het achterliggende ziekteproces. De beoordeling wordt uitgevoerd volgens de internationale normen bepaald door de "International Elbow Working Group". De definitieve artroseclassificatie zal gelijk zijn aan de artrosebeoordeling van de slechtste van de beide ellebooggewrichten. Bij het ED-onderzoek zal onderscheid worden gemaakt tussen rassen die op grond van internationale publicaties een verhoogd risico lopen. Bij deze rassen worden vier foto's per elleboog gevraagd. Bij de overige rassen zijn twee foto's per elleboog voorlopig voldoende. Welke rassen dit zijn, is na te vragen bij de dierenarts, bij uw rasvereniging of bij de Raad van Beheer, afdeling GGW.
De term "Elleboogdysplasie" wordt gebruikt, wanneer een of meer van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is of zijn:

1. OCD (Osteochondritis dissecans, loslaten van een stukje kraakbeen van de bovenarm)

2. LPC (Los processus coronoïdeus, loslaten van een stukje bot van de ellepijp)

3. LPA (Los proc.anconeus , loslaten van een stuk bot op een andere plaats van de ellepijp)

4. Incongruentie (een niet goed "passend" gewricht door een te lange of te korte ellepijp ten opzichte van het spaakbeen).

Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot "artrose".
Onder artrose wordt verstaan: veranderingen van een gewricht (botreactie's) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan, die blijvend zijn en vooral gekenmerkt worden door startpijn (kreupele stappen net na het opstaan), "er doorheen lopen" (dus beter lopen na enige tijd) en een terugval na veel inspanning. De behandeling van een afwijkend ellebooggewricht hangt ondermeer af van de aard en de ernst van de afwijking, de ernst van de klachten, de leeftijd van de hond en eventueel aanwezige (complicerende) artrotische veranderingen. Vaak is een chirurgische behandeling geïndiceerd. Daarbij geldt dat, als er geen factoren tegen pleiten, losgeraakte bot- en kraakbeenfragmenten (bij OCD, LPA en LPC) uit het gewricht worden verwijderd terwijl de incongruentie zo mogelijk wordt gecorrigeerd. Artrose zelf is niet chirurgisch te behandelen, wel de oorzaak van artrose. Er is niet aangetoond dat er middelen zijn waarmee artrose kan worden verholpen. Wel kunnen door het opleggen van gedragsregels en door het gebruik van pijnstillers de klachten worden verminderd.
In het algemeen behoeft de hond dit onderzoek eenmaal in het leven te ondergaan.

In sommige gevallen is het gewenst dat het onderzoek 1 jaar later herhaald wordt. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen. In het algemeen geldt hoe beter de kwalificatie van de ellebogen hoe kleiner de kans dat de nakomelingen ED zullen ontwikkelen. Dit is echter geen garantie dat alle nakomelingen van negatief beoordeelde honden ook negatief zullen zijn, de kans is alleen groter. De wijze van vererven kan per ras verschillen.
Uitslagen van het ED-onderzoek worden toegestuurd aan rasverenigingen die een overeenkomst met De Raad van Beheer zijn aangegaan. Een consequentie hiervan is dat de uitslagen openbaar moeten zijn, zowel voor de leden van de rasvereniging als voor derden. De Raad van Beheer registreert geen namen van eigenaren en deze worden bij rapportage dan ook niet vermeld.

Van honden die niet vrij blijken te zijn van elleboogdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden in welke mate ze later problemen kunnen krijgen. Dit is afhankelijk van de aard en de ernst van de aandoening en het gebruik en de aard van de individuele hond. Het is wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook overmatige belasting van de ellebogen wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond.
De ED-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de ellebogen van de individuele hond. Gegevens over de ED-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle ED-foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de ED-commissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de ellebogen worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met ED-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op ED bij de nakomelingen het kleinst is.





Rontgenfoto elleboog